Vruchten en noten route
Een route langs ruim 20 bomen en struiken met eetbare vruchten in het Bultpark. Ook wel bekend als de "Lekker Lelystad Route". Bij iedere soort staat een gele informatiepaal met QR code. Dankzij de gele kleur kunnen Bultparkgenieters met een visuele handicap zich beter oriënteren. De gidslijnen aan weerszijden van de paden helpen bij het vinden van de juiste weg. Waar op de gidslijn een accent aanwezig is vind je achter de lijn de gele paal met QR code.

1. Appelbes – Aronia melanocarpa

Aardige struik die bloeit met witte bloemschermpjes.  De zwarte vruchten worden gebruikt om producten zoals sappen, extra kleur te geven. Op de verpakking staat dan ‘Aroniasap’ of iets dergelijks.

Krijgt een mooie herfstkleur en kan tegen schaduw.

2. Appel – Malus Discovery

Zomerappel, een van de vroegste rassen. In het groen van Lelystad staan op allerlei plekken fruitbomen en fruitstruiken, onder andere in het Bultpark. Het park heet niet voor niets Bultpark – Plukpark!

De bloemen zijn belangrijk voor insecten, de vruchten vinden mensen, verschillende vogels en insecten lekker dus wat wil je nog meer!.

3. Duindoorn – Hippophae rhamnoides

De duindoorn vind je niet zoveel in het openbaar groen van Lelystad. Ze houden van een zandige groeiplek. Het zijn twee huizige planten: je hebt planten met vrouwelijke bloemen en planten met mannelijke bloemen, die ‘wonen’ dus apart in twee ‘huizen’. Alleen de vrouwelijke planten dragen de oranje vruchten.

Helaas hebben we bij de aanplant alleen mannelijke planten geleverd gekregen. We zijn nog op zoek naar een vrouwtje. Omdat de struiken in het plantseizoen zonder blad geleverd werden kon de leverancier niet zien of het om een mannetje of een vrouwtje ging.

De vruchten zijn moeilijk te oogsten vanwege de dorens. Kwekers (je hebt speciale duindoornkwekers) oogsten takken met bessen, bevriezen die waardoor vruchten en bladeren gemakkelijk loslaten. Het blad blijft drijven en kan gemakkelijk verwijderd worden.

Van de vruchten worden allerlei gezonde dingen gemaakt.

Vogels eten ze pas als andere vruchten op zijn. Vaak zijn de suikers dan al omgezet in alcohol: dronken vogels stoten vreemde klanken uit en vallen soms zomaar van een tak.

Inheems: komt van nature in ons land voor.

4. Wilde of gewone lijsterbes – Sorbus aucuparia (= vogelvangend)

Komt van nature in ons land voor. Bloeit met witte schermen, daarna ontwikkelen zich oranje, besvormige vruchten. De vruchten zijn eetbaar maar smaken naar niks. Vogels zoals lijsters en merels, lusten ze daarentegen graag.

Komt voor als boom en als struik. Inheems.

5. Japanse bottelros of rimpelroos – Rosa rugosa (= rimpelig)

De plant bloeit van juni tot einde zomer. De bloemen geuren fantastisch. Na de bloei ontwikkelen zich grote, platte bottels. Die bottels zijn eetbaar nadat je het vruchtpluis eruit gehaald hebt. Van dat pluis werd (en wordt?) wel jeukpoeder gemaakt. Probeer het pluis maar eens uit in je eigen nek.

Roosvicee is gemaakt van de bottels van deze roos. Er zijn speciale kwekerijen met deze roos, alleen maar voor de bottels.

6. Mahoniestruik – Mahonia aquifolium (= scherp blad)

Een wintergroene maar een beetje saaie heester die in de herfst, dat dan weer wel, een fraaie herfstkleur krijgt. Bloeit vroeg in het voorjaar met geurige, gele bloemen. De blauwe vruchtjes zijn eetbaar maar je moet er van houden.

Het hout van binnen in de takjes is helder geel. De bloemen zijn aantrekkelijk voor bijen.

Planten waarvan de bloemen aantrekkelijk zijn voor bijen, hommels, vlinders en ander insecten noem je drachtplanten.

7. Meidoorn – Crataegus

De meidoorn bloeit met witte, geurende schermen. Na de bloei ontwikkelen zich oranje – rode vruchten. Ze zijn eetbaar maar de smaak is maar zo zo. Sommige vogelsoorten daarentegen lusten er wel pap van.

In dit vakje staat ook een lindeboom (Tilia). Omdat deze grote boom veel vocht en voedsel weghaalt uit zijn omgeving hebben planten in de buurt van de lindeboom het moeilijk.

Vervolg route
Loop niet verder rechtdoor omdat je dan op een druk fietspad uitkomt. Maak een hoek van 90 graden en je vindt aan de overkant van het houtsnipperpad weer de gidslijn aan je rechterhand.

8. Rode bes, aalbes – Ribes rubrum

In de (gemeentelijke) bossen in en om Lelystad staan heel wat rode bessen. Ze zijn daar nooit geplant. Vogels hebben bessen gepikt (letterlijk) op de volkstuinen in de buurt en de pitjes hebben ze uitgepoept in de bossen.

Waar zo’n pit op een goede groeiplek terechtkomt kan er een nieuwe bessenstruik uitgroeien. Vaak staan de struiken in het bos te donker om veel vruchten te dragen.

9. Gewone of zwarte vlier – Sambucus nigra (= zwart)

Komt veel voor in de stadsnatuur van Lelystad. Groeit uit tot een hoge struik. Bloeit met grote, witte bloemschermen. De bloemen zijn eetbaar, je kunt er limonadesiroop van maken of ze strooien (en meebakken) over een pannenkoek.

De zwarte vruchten zijn eetbaar. De smaak is apart. Je kunt er jam, gelei, wijn, sap en meer van maken. Vogels eten er graag van. Poepjes van de vlierbessen geven vlekken die er bijna niet uitgaan!

10. Sierappels – Malus

Hier staan twee sierappels: Malus Red Sentinel en Malus John Downie. De vruchten zijn eetbaar. De (kleinere) vruchten van de Red Sentinel worden vaak als decoratie gebruikt in restaurants en bij kerststukjes.

De bloemen (lente) zijn aantrekkelijk voor insecten (het zijn dus drachtplanten) en de vruchten worden ook graag gegeten door vogels.

Overigens zijn de vruchten van alle sierappels eetbaar.

11. Sleedoorn – Prunus spinosa (= met dorens)

De soort komt van nature in ons land voor. Bloeit met leuke witte bloempjes voor het blad verschijnt. Zo kunnen insecten, die zorgen voor de bestuiving, er goed bij. Na de bloei ontwikkelen zich blauwe pruimpjes die te wrang en te zuur zijn om zo te eten. De smaak wordt wat beter na een flinke nachtvorst of een dag in het diepvriesvak. Je kunt er de aller lekkerste likeur van maken (is bovendien een klusje van niks!!).

Op de takken zitten stevige dorens. Vroeger werden die door arme mensen wel gebruikt als alternatief voor spijkers bij het herstellen van zolen.

12. Tamme kastanje – Castanea sativa (= die gezaaid wordt)

Tamme kastanjes worden dus niet gestekt maar vermeerderd uit zaad. De soort komt van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied maar komt verwilderd in ons land voor. Je vindt tamme kastanjes ook hier en daar in Lelystad. Omdat het zomerseizoen hier wat korter is dan rond de Middellandse Zee blijven de eetbare vruchten hier vaak aan de kleine kant.

Het hout is duurzaam en wordt wel Europees hardhout genoemd. Schitterende, gele herfstkleur.

Vervolg route
Maak een hoek van 90 graden, steek het houtsnipperpad over en volg de gidslijn rechts verder. NIET rechtdoor lopen omdat je dan op een druk fietspad terecht komt.

13. Gewone hazelaar – Corylus avellana (= van Avella en dat ligt in Italië)

Bloeit in de vroege lente voor het blad verschijnt. De bloemen worden bestoven door de wind, daarom is het handig dat het blad dan nog niet ‘ontloken’ is (wat een mooi, poëtisch woord is dat!).

De katjes voor het volgende jaar zitten, nog klein en gedrongen, in augustus – september al aan de takken en dat is goed voor een piepklein beetje lentegevoel!

Rijpe hazelnoten vallen op de grond. Laat ze niet te lang liggen want dan wordt de smaak muf. Noten met een gaatje zijn leeg: de larve van de hazelnootboorder heeft de noot leeggegeten.

Heb je noten geraapt, laat ze dan een paar weken drogen op een krantje uit de zon.

De hazelaar groeit van nature in ons land (hij is dus inheems). De hazelaar met roodbruin blad, die hier naast de groenbladige staat is een kweekproduct. Hij bloeit ook met katjes en draagt ook hazelnoten.

Van rechte takken werden in Engeland wandelstokken gemaakt. Had je meer te besteden dan kon er ook nog een zilveren knop op bevestigd worden. Van de takken worden ook wichelroedes gemaakt.

14. Gele kornoelje – Cornus mas (= mannelijk).

Een vroege bloeier. Net als de hazelaar bloeit deze kornoelje op het ‘kale hout’, dus takken zonder blad, met helder gele bloemen. Op mooie dagen worden de bloemen druk bevlogen door bijen die blij zijn met deze vroege bloei. Veel andere planten bloeien pas later.

Na de bloei ontwikkelen zich rode, ovale vruchten. Je kunt er limonadesiroop en sap van maken maar de vruchten hebben een zure smaak. Ze zijn heel geschikt om jam of gelei van ‘flauwe’ vruchten zoals de rozenbottel, wat meer pit te geven. In Turkije worden de vruchten volop gebruikt, het wordt daar ‘Scherbet’ genoemd.

Het is geen inheemse plant maar hij komt verwilderd en, zoals in Lelystad, aangeplant voor.

15. Mispel – Mespilus germanica (= uit Duitsland).

Groeit uit tot een hoge struik. De bloemen lijken op enkelbloemige roosjes. De vruchten zijn heel apart om te zien. Ze zijn eetbaar als ze bruin en overrijp zijn. Je moet van de smaak houden. Nadeel is dat er veel pitten in zitten.

Je kunt er heel gemakkelijk lekkere likeur van maken. Komt verwilderd en, zoals in Lelystad, aangeplant in ons land voor. Mooie, helder gele herfstkleur.

16. Krentenboompje – Amelanchier

Niet inheems. In Lelystad zijn ze aangeplant, in Drenthe hebben ze zichzelf vaak uitgezaaid via de door vogels uitgepoepte pitten. De krent is vier keer per seizoen mooi. In de lente kun je genieten van het fraai gekleurde, net uitgelopen blad, daarna bloeit hij met grappige witte bloemetjes, de vruchten zijn eetbaar en heerlijk (dat weten merels en andere vogels ook) en tot slot krijgt de struik een fraaie herfstkleur. Kan uitgroeien tot een flinke struik.

17. Hondsroos – Rosa canina(= hond)

Inheemse rozensoort. De egelantier lijkt er veel op maar heeft, als je het tussen je vingers wrijft, naar appel geurend blad.

De bloei is leuk (enkelbloemige, roze bloemen), de bottels zitten lang aan de struik. Ze worden wel gegeten door vogels. Je kunt er jam en gelei van maken, verwijder wel eerst het vruchtpluis. Overigens zijn alle rozenbottels zijn eetbaar. Wil je ermee aan de slag dan kun je beter de botels van de Japanse bottelroos of rimpelroos (Rosa rugosa) oogsten. (deze soort staat ook in Lekker Lelystad). Veel meer bottel voor hetzelfde geld (bij wijze van spreken dan).

Soms ontdek je aan een tak een ‘pluizenbol’. Dat is een mosgal veroorzaakt door een insect die zorgt voor de woekering.

Veel sierrozen zijn geënt op een onderstam van de hondsroos.

18. Kwee – Cydonia oblonga

Je zult deze kwee niet vaak in het groen tegenkomen maar hij kan in Lekker Lelystad eigenlijk niet gemist worden. De bloem lijkt op een enkel roosje.

De grote, gele vruchten hebben de vorm van een appel of van een peer (er zijn verschillende rassen). De vruchten hebben een donslaagje dat je er gemakkelijk vanaf wrijft. Rauw zijn ze te hard om te eten maar verwerkt (appelmoes, gelei, appeltaart) smaken ze heerlijk.

Komt niet van nature in ons land voor maar hij groeit hier al eeuwen lang (o.a. bij oude buitenplaatsen, kastelen en kloosters). Groeit hoog uit maar heb je plek dan is het een aanrader. Persoonlijk zou ik gaan voor een ras met peervormige vruchten. En dan die geur…!

19. Peer Conference – Pyrus

In Lelystad zijn nogal wat fruitbomen aangeplant en zeker in het Bultpark. De Conference peer is er daar een van. De bloemen (van alle fruitbomen) worden bevlogen door insecten. De Conference is in ons land de meest gegeten peer. Rijp= zacht , smakelijk en sappig.

20. Sierkwee – Chaenomeles

Een paar stappen terug groeit de kwee, dit is een sierkwee. Bloeit vroeg in het jaar. Vaak zie je maanden lang wel een enkel bloemetje aan de takken zitten. Sommige soorten krijgen kleine, harde vruchten waarvan je prima jam, gelei enzo van kan maken. Rauw zijn ze niet te eten. Net als de vruchten van de kwee geuren ze vaak heerlijk. Niet inheems maar aangeplant in het openbaar groen.

LEKKER LELYSTAD LAANTJE (de namen van de bomen staan bij de QR code, deze code kun je wel openen maar is niet ingesproken).

21. Zoete kers of Kriek – Prunus avium (= vogels)

Bloeit prachtig in de lente met witte bloesem. De vruchten kunnen erg variëren: van zoet tot bitter, van klein tot groot en van roze tot donkerrood. Vogels zijn er gek op.

Kersen Kenners weten precies waar de bomen met de lekkerste kersen staan. Er zijn veel zoete kersen aangeplant in Lelystad. Drachtplant voor insecten. Staat ook in Lekker Lelystad.

22. Boomhazelaar – Corylus colurna

Familie van de gewone hazelaar die je ook in Lekker Lelystad vindt. Draagt ook eetbare noten en bloeit voor het blad verschijnt. Omdat de boom langzaam groeit is hij ook geschikt voor niet al te grote tuinen.

23. Tamme kastanje – Castanea sativa

Staat als struik in Lekker Lelystad.

24. Walnoot – Juglans regia

In Lelystad staan nogal wat walnoten tot vreugde van heel veel Lelystedelingen. Sommigen kunnen niet wachten tot de noten helemaal rijp zijn. Met stokken proberen ze de noten te oogsten, tot ergernis van menigeen. Ach, het is bijna een stukje folklore. Al eeuwenlang gebeurt het, het hoort er een beetje bij en de bomen worden er niet veel slechter van.

Als je hier naar links gaat kom je nog langs een aantal appel- en perenbomen.

Op de grond onder de bomen en struiken in Lekker Lelystad groeien sieraardbeien (eetbaar, weinig smaak) en de dovenetel (als kind deed je dat wel, bloempjes uitzuigen: nectar) waar je thee van kunt zetten. Drachtplant.

In de lente groeit hier de daslook, een beschermd bolgewasje met witte bloemen. Het blad is eetbaar en smaakt naar ui en knoflook ( Niet vreemd: de daslook, is net als de ui en knoflook, ook een Alliumsoort en dus familie van de ui en knoflook). Daslook komt van nature in ons land voor en is beschermd. Maar de (gekweekte) bolletjes mogen gewoon verkocht worden. De soort kan behoorlijk woekeren!